Overslaan naar de hoofd content

VPGE – Verenigde Pinkstergemeente In Europa Nederland

WAT GELOVEN WIJ?

Hieronder leest u de kernpunten van ons geloof, opgedeeld in meerdere thema’s. 

VOORWOORD

De Verenigde Pinkstergemeente in Europa gelooft dat de Bijbel het onfeilbare Woord van God is. De Bijbel is de enige autoriteit die God aan de mens heeft gegeven. Daarom is alles wat wij geloven, hopen en onderwijzen binnen de gemeente gebaseerd op de Bijbel en in overeenstemming met haar boodschap.

Wij geloven dat ieder mens wordt aangemoedigd om de Bijbel zelf te lezen en te bestuderen. Alleen onder de leiding van de Heilige Geest kan het Woord van God ten volle worden begrepen (zie Lucas 24:45).

“Heel de Schrift is door God ingegeven en is nuttig om daarmee te onderwijzen, te weerleggen, te verbeteren en op te voeden in de rechtvaardigheid.”
2 Timotheüs 3:16 (HSV)

“En wij hebben het profetische woord dat vast en zeker is, en u doet er goed aan daarop acht te slaan als op een lamp die schijnt in een duistere plaats, totdat de dag aanbreekt en de Morgenster opgaat in uw hart. Dit moet u allereerst weten: dat geen enkele profetie van de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat; want de profetie is destijds niet voortgebracht door de wil van een mens, maar heilige mensen van God, door de Heilige Geest gedreven, hebben gesproken.”

2 Petrus 1:19-21 (HSV)

Hieronder vindt u een aantal fundamentele leerstellingen die uitleggen wat de Bijbel leert en wat wij op basis daarvan binnen de gemeente onderwijzen. Alle Bijbelverzen zijn geciteerd uit de Herziene Statenvertaling (HSV).

Wij moedigen u van harte aan om zelf de Bijbel te onderzoeken met behulp van de genoemde verwijzingen. Heeft u vragen over een van deze leerstellingen? Neem dan gerust contact met ons op via vpge.nl/contact of bezoek een van onze locaties: vpge.nl/locaties.

Wij geloven in de enige levende God, oneindig in macht, heilig in wezen, eigenschappen en doelstellingen, Zijn Godheid is absoluut. De schrift bevestigt en verklaart de universele kennis van God. Hij is ondeelbaar, immaterieel, zonder lichaamsdelen, zonder lichaam, en vandaar zonder beperkingen.

(Zie: Romeinen 1:19, 20, 28, 32, 2:15)

De enige waarachtige God, de Heer van het oude testament, nam de vorm van een mens aan, namelijk Jezus. Jezus is dus God, er is maar één God, de Zoon en de Vader zijn één. (Zie: Lukas 18:18; Johannes 5:27; Johannes 20: 28; Romeinen 9:5; 1 Korintiërs 15:47; 1 Johannes 5:20;)

“Nadat God voorheen vele malen en op vele wijzen tot de vaderen gesproken had door de profeten, heeft Hij in deze laatste dagen tot ons gesproken door de Zoon, Die Hij Erfgenaam gemaakt heeft van alles, door Wie Hij ook de wereld gemaakt heeft.” Hebreeën 1:1-2

‘’langs een nieuwe en levende weg, die Hij voor ons heeft ingewijd door het voorhangsel, dat is door Zijn vlees,’’ Hebreeën 10:20

“Daarom zegt Hij bij Zijn komst in de wereld: Slachtoffer en graanoffer hebt U niet gewild, maar U hebt voor Mij een lichaam gereedgemaakt. Brandoffers en offers voor de zonde hebben U niet behaagd. Toen zei Ik: Zie, Ik kom – in de boekrol is over Mij geschreven – om Uw wil te doen, o God.’’ Hebreeën 10:5-7

“Luister, Israël! De HEERE, onze God, de HEERE is één!”
Marcus 12:19; Deuteronomium 6:4

“één God en Vader van allen, Die boven allen en door allen en in u allen is.’’ Efeze 4:6

“In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.’’ […] ‘’En het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade
en waarheid.’’ Johannes 1:1; Johannes 1:14

“En buiten alle twijfel, groot is het geheimenis van de godsvrucht: God is geopenbaard in het vlees, is gerechtvaardigd in de Geest, is verschenen aan de engelen, is gepredikt onder de heidenen, is geloofd in de wereld, is opgenomen in heerlijkheid.’’ 1 Timotheüs 3:16

‘’God was het namelijk Die in Christus de wereld met Zichzelf verzoende, en aan hen hun overtredingen niet toerekende; en Hij heeft het woord van de verzoening in ons gelegd.’’ 2 Korintiërs 5:19

‘’Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk.’’ Kolossenzen 2:9

“Want het heeft de Vader behaagd dat in Hem heel de volheid wonen zou,”Kolossenzen 1:19

‘’Want er is één God. Er is ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus.’’ 1 Timotheüs 2:5

“Ik ben de Alfa en de Oméga, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is, en Die was, en Die komen zal, de Almachtige” Openbaring 1:8

“Want een Kind is ons geboren, een Zoon is ons gegeven, en de heerschappij rust op Zijn

schouder. En men noemt Zijn Naam Wonderlijk, Raadsman, Sterke God, Eeuwige Vader,

Vredevorst.’’

Jesaja 9:5

 

“en zij zal een Zoon baren, en u zult Hem de naam Jezus geven, want Hij zal Zijn volk zalig

maken van hun zonden. Dit alles is geschied opdat vervuld werd wat door de Heere

gesproken is door de profeet, toen hij zei: Zie, de maagd zal zwanger worden en een Zoon

baren, en u zult Hem de Naam Immanuel geven; vertaald betekent dat: God met ons.”

Mattheüs 1:21-23

 

“En de zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de

mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden.”

Handelingen 4:12

 

(Zie ook: Romeinen 1:19, 20, 28, 32, 2:15)

In het begin schiep God de mens: onschuldig, puur en heilig:

“Dit is het boek van de afstammelingen van Adam. Op de dag dat God Adam schiep, maakte Hij hem naar de gelijkenis van God. Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen, en Hij zegende hen en gaf hun de naam mens, op de dag dat ze geschapen werden.” Genesis 5:1-2

“En Hij antwoordde en zei tegen hen: Hebt u niet gelezen dat Hij Die de mens gemaakt heeft, hen van het begin af mannelijk en vrouwelijk gemaakt heeft,” Mattheüs 19:4

“Alleen, zie, dit heb ik gevonden: dat God de mens oprecht gemaakt heeft, maar zij hebben vele uitvluchten gezocht.” Prediker 7:29

“Want allen hebben gezondigd en missen de heerlijkheid van God,” Romeinen 3:23

“Daarom, zoals door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben. Want totdat de wet er kwam, was er wel zonde in de wereld. Zonde wordt echter niet toegerekend als er geen wet is. Toch heeft de dood geregeerd van Adam tot Mozes toe, ook over hen die niet gezondigd hadden met eenzelfde overtreding als Adam, die een voorbeeld is van Hem Die komen zou. Maar het is met de genadegave niet zoals met de overtreding. Want als door de overtreding van de ene velen gestorven zijn, veel meer is de genade van God en de gave door de genade die er is door de ene mens Jezus Christus, overvloedig geweest over velen. En het is met de gave niet zoals het was door de ene die zondigde. Want de veroordeling leidde ten gevolge van één overtreding wel tot verdoemenis, maar de genadegave bij vele overtredingen tot rechtvaardiging. Want als door de overtreding van de ene de dood geregeerd heeft door de ene, veel meer zullen zij die de overvloed van de genade en van de gave van de gerechtigheid ontvangen, in het leven regeren door de Ene, namelijk Jezus Christus. Zoals dus door één overtreding de veroordeling gekomen is over alle mensen tot
verdoemenis, zo komt ook door één rechtvaardigheid de genade over alle mensen tot rechtvaardiging van het leven. Want zoals door de ongehoorzaamheid van de ene mens
velen als zondaars aangemerkt worden, zo zullen ook door de gehoorzaamheid van de Ene velen als rechtvaardigen aangemerkt worden.” Romeinen 5 12-19

De genade is een onverdiende gave waardoor God de mens verlost van zonden en de mens geschikt maakt voor een nieuw leven. Hij rekent de vroegere zonden niet meer toe.

“en worden om niet gerechtvaardigd door Zijn genade, door de verlossing in Christus Jezus. Hem heeft God openlijk aangewezen als middel tot verzoening, door het geloof in Zijn bloed. Dit was om Zijn rechtvaardigheid te bewijzen vanwege het voorbijgaan aan de zonden die
eertijds hadden plaatsgevonden onder de verdraagzaamheid van God.” Romeinen 3:24-25

“Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen, en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld
bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven,” Titus 2:11-12

“Want de wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn er door Jezus Christus gekomen.” Johannes 1:17

De christen behoort in de genade en de liefde van God te wandelen om zijn verlossing te behouden. Wanneer iemand een overtreding begaat, zondigt diegene tegen God en verliest dat persoon zijn/haar gunst. Als diegene in de zonde blijft en zich niet bekeert, zal hij/zij verloren gaan en verworpen worden in de poel van vuur. (Zie Johannes 15:2; 2 Petrus 2:20-21) 

De Bijbel verwijst ook naar het loon van de afvallige mensen in de laatste dagen. 

Want het is onmogelijk om hen die eens verlicht zijn geweest, die de hemelse gave geproefd hebben en deelgenoot zijn geworden van de Heilige Geest,
en die het goede Woord van God geproefd hebben en de krachten van de komende wereld,
en die daarna afvallig worden, weer opnieuw tot bekering te brengen, omdat zij voor zichzelf de Zoon van God opnieuw kruisigen en openlijk te schande maken. Hebreeën 6:4-6

“Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God’’ Efeze 2:8

Geloof is het resultaat van het horen en ontvangen van het Evangelie van Gods genade.

“Het geloof nu is een vaste grond van de dingen die men hoopt, en een bewijs van de zaken die men niet ziet.” Hebreeën 11:1

Geloof is het resultaat van het horen en ontvangen van het evangelie van Gods genade. 

“Door Hem hebben wij ook de toegang verkregen door het geloof tot deze genade waarin wij staan, en wij roemen in de hoop op de heerlijkheid van God.” […] ‘’Want als wij, toen wij vijanden waren, met God verzoend zijn door de dood van Zijn Zoon, hoeveel te meer zullen wij, nu wij verzoend zijn, behouden worden door Zijn leven.” […] “Want als door de overtreding van de ene de dood geregeerd heeft door de ene, veel meer zullen zij die de overvloed van de genade en van de gave van de gerechtigheid ontvangen, in het leven regeren door de Ene, namelijk Jezus Christus.” Romeinen 5:2, 10, 17

“Door Hem hebben wij genade en het apostelschap ontvangen tot geloofsgehoorzaamheid onder alle heidenen, ter wille van Zijn Naam,”  Romeinen 1:5

Het woord ‘‘bekering’’ stamt af van een aantal Griekse woorden die het volgende betekenen: verandering van voornemens en doelstellingen, verandering van gedachten, van levensstijl, een volledige verandering, etc.

Bekering is het belijden en afkeren van de zonde. Johannes de Doper predikte over bekering. Jezus heeft dit geopenbaard en de apostelen hebben het bevestigd aan de Joden en de heidenen.

“Laat de goddeloze zijn weg verlaten, de man van ongerechtigheid zijn gedachten. Laat hij zich bekeren tot de HEERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen, tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig.” Jesaja 55:7

(Zie ook: Lukas 13:1-5)

Het woord ‘‘dopen’’ betekent begraven en onderdompelen (Zie: Romeinen 6:4-5). In de schriften vindt de doop alleen plaats door onderdompeling en is alleen bedoeld voor degenen die zich bekeren en zich afkeren van de zonde en de liefde voor de wereld.

De doop moet door een bevoegde voorganger worden toegediend in gehoorzaamheid aan Gods woord, en in de naam van onze Heer Jezus Christus, aangaande de Geschriften; Handelingen 2:38, 8:16, 10:48; die overeenkomen met Mattheüs 28:19.

De doop wordt gedaan in de naam van Jezus:

“En Petrus zei tegen hen: Bekeer u en laat ieder van u gedoopt worden in de Naam van Jezus Christus, tot vergeving van de zonden; en u zult de gave van de Heilige Geest ontvangen.” Handelingen 2:38

 

“En in Zijn Naam moet onder alle volken bekering en vergeving van zonden gepredikt worden, te beginnen bij Jeruzalem.” Lukas 24:47

De termen “Dopen met de Heilige Geest”, “Vervullen met de Heilige Geest” en “De gave van de Heilige Geest” zijn onmisbare begrippen in de Bijbel. Johannes de Doper zei:

“Ik doop u wel met water tot bekering, maar Hij Die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben het niet waard Hem Zijn sandalen na te dragen. Hij zal u dopen met de Heilige Geest en met vuur.” Mattheüs 3:11

Er staat ook geschreven:

“En zij werden allen vervuld met de Heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.” Handelingen 2:4

Het is volgens de Geschriften de bedoeling dat het ontvangen van de Heilige Geest wordt bevestigd door het spreken in tongen als een uiterlijk teken en bewijs van de vervulling met de Heilige Geest, zoals beschreven is in Handelingen 2:4, 10:46, 19:6.

De gave van tongen zoals beschreven is in 1 Korintiërs 12 en 14 is dezelfde gave maar verschillend in gebruik en doel. De Heer zei door middel van de profeet Joël:

“Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien.”  Joël 2:28

Petrus legde deze wonderbaarlijke ervaring uit:

“[…] en de belofte des Heiligen Geestes, ontvangen hebbende van den Vader, heeft dit uitgestort, dat gij nu ziet en hoort. Handelingen 2:33

Vervolgens zei hij: 

“[…]en gij zult de gave des Heiligen Geestes ontvangen.” Handelingen 2:38

“Want u komt de belofte toe, en uw kinderen, en allen, die daar verre zijn, zo velen als er de Heere, onze God, toe roepen zal.” Handelingen 2:39

Het resultaat van de wedergeboorte is geboren worden uit Gods Woord. De persoon weerspiegelt dit door de bekering en gehoorzaamheid aan het Evangelie.

“Jezus antwoordde en zei tegen hem: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet opnieuw geboren wordt, kan hij het Koninkrijk van God niet zien.” Johannes 3:3

“Daarom, als iemand in Christus is, is hij een nieuwe schepping: het oude is voorbijgegaan, zie, alles is nieuw geworden.” 2 Korintiërs 5:17

“Overeenkomstig Zijn wil heeft Hij ons gebaard door het Woord van de waarheid, opdat wij in zeker opzicht eerstelingen van Zijn schepselen zouden zijn.” Jakobus 1:18

“Nu u dan uw zielen gereinigd hebt in de gehoorzaamheid aan de waarheid, door de Geest, tot ongeveinsde broederliefde, heb elkaar vurig lief uit een rein hart, u, die opnieuw geboren bent, niet uit vergankelijk, maar uit onvergankelijk zaad, door het levende en eeuwig blijvende Woord van God.”  1 Petrus 1:22-23

“Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is.” 1 Johannes 3:9

“Want al wat uit God geboren is, overwint de wereld; en dit is de overwinning die de wereld overwonnen heeft: ons geloof.”

1 Johannes 5:4

Op de avond dat de Heer Jezus werd uitgeleverd, vierde hij het Pascha met de apostelen. Vervolgens had hij het avondmaal met het breken van het brood ingesteld:

‘’En Hij nam brood en nadat Hij gedankt had, brak Hij het en gaf het aan hen met de woorden: Dit is Mijn lichaam, dat voor u gegeven wordt. Doe dat tot Mijn gedachtenis.

Evenzo nam Hij ook de drinkbeker na het gebruiken van de maaltijd en zei: Deze drinkbeker is het nieuwe testament in Mijn bloed, dat voor u vergoten wordt.”  Lukas 22:19-20

Paulus onderwees hoe het avondmaal uitgevoerd moest worden:

“Daarom, wie op onwaardige wijze dit brood eet of de drinkbeker van de Heere drinkt, is schuldig aan het lichaam en bloed van de Heere. Maar laat ieder mens zichzelf beproeven en laat hij zó eten van het brood en drinken uit de drinkbeker. Want wie op onwaardige wijze eet en drinkt, die eet en drinkt zichzelf een oordeel, omdat hij het lichaam van de Heere niet onderscheidt. Daarom zijn er onder u veel zwakken en zieken, en velen zijn ontslapen. Want als wij onszelf zouden beoordelen, zouden wij niet geoordeeld worden. Maar als wij geoordeeld worden, worden wij door de Heere bestraft, opdat wij niet met de wereld veroordeeld zouden worden. Daarom, mijn broeders, als u samenkomt om te eten, wacht op elkaar. Maar als iemand honger heeft, laat hij thuis eten, opdat u niet tot een oordeel samenkomt. Wat betreft de overige zaken zal ik opdracht geven wanneer ik kom.” 1 Korintiërs 11:27-34

Op deze manier is het gebruik van het brood en de wijn ingesteld. Ze zijn een symbool van het verbroken lichaam en het vergoten bloed van Jezus. Deelnemen aan het avondmaal heeft een speciale betekenis en brengt zegen. Het is namelijk de herdenking van Zijn dood en de belijdenis dat alle deelnemers één lichaam zijn.

‘’En zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden.” Handelingen 2:42

 

“Handelingen 2:42 En zij volhardden in de leer van de apostelen en in de gemeenschap, in het breken van het brood en in de gebeden. En zij bleven dagelijks eensgezind in de tempel bijeenkomen, en terwijl zij van huis tot huis brood braken, namen zij gezamenlijk voedsel tot zich, met vreugde en in eenvoud van hart;”  Handelingen 2:46

 

“De drinkbeker der dankzegging, die wij met dankzegging zegenen, is die niet de gemeenschap met het bloed van Christus? Het brood dat wij breken, is dat niet de gemeenschap met het lichaam van Christus? Omdat het brood één is, zijn wij, die velen zijn, één lichaam, want wij allen hebben deel aan het ene brood.”  1 Korintiërs 10:16-17

 

“En dit is de boodschap die wij van Hem gehoord hebben en aan u verkondigen, dat God licht is en dat in Hem in het geheel geen duisternis is. Als wij zeggen dat wij gemeenschap met Hem hebben en wij toch in de duisternis wandelen, liegen wij en doen de waarheid niet. Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.”

1 Johannes 1:5-7

De geestelijke gaven zijn afkomstig van God en gegeven aan de leden van het lichaam van Jezus Christus om toegerust te worden. Aangezien de gaven een tijdelijke manifestatie van de Heilige Geest zijn, zijn deze niet bedoeld voor persoonlijk gebruik of eigen lof/eer, maar voor de opbouw van de gemeente en het verspreiden van het Evangelie.

“Aan ieder echter wordt de openbaring van de Geest gegeven tot wat nuttig is voor de ander. Want aan de één wordt door de Geest een woord van wijsheid gegeven en aan de ander een woord van kennis, door dezelfde Geest; en aan een ander geloof, door dezelfde Geest, en aan een ander genadegaven van genezingen, door dezelfde Geest; en aan een ander werkingen van krachten, en aan een ander profetie, en aan een ander het onderscheiden van geesten, en aan een ander allerlei talen, en aan een ander uitleg van talen. Al deze dingen echter werkt één en dezelfde Geest, Die aan ieder afzonderlijk uitdeelt zoals Hij wil.” 1 Korintiërs 12:7-11

“Wie echter profeteert, spreekt tot mensen woorden van opbouw en vermaning en troost. Wie in een andere taal spreekt, bouwt zichzelf op, maar wie profeteert, bouwt de gemeente op.”

1 Korintiërs 14: 3-4

“Sommigen van u zijn dat wel geweest, maar u bent schoongewassen, maar u bent geheiligd, maar u bent gerechtvaardigd, in de Naam van de Heere Jezus en door de Geest van onze God.” 1 Korintiërs 6:11

 

‘’Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen, en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven;”  Titus 2:11-12

“Want hiertoe bent u geroepen, omdat ook Christus voor ons geleden heeft; Hij laat ons zo een voorbeeld na, opdat u Zijn voetsporen zou navolgen; Hij, Die geen zonde gedaan heeft en in Wiens mond geen bedrog gevonden is; Die, toen Hij uitgescholden werd, niet terugschold, en toen Hij leed, niet dreigde, maar het overgaf aan Hem Die rechtvaardig oordeelt;”  1 Petrus 2:21-23

 

“Jaag de vrede na met allen, en de heiliging, zonder welke niemand de Heere zal zien.” Hebreeën 12:14

 

“Maar zoals Hij Die u geroepen heeft, heilig is, word zo ook zelf heilig in heel uw levenswandel, want er staat geschreven: Wees heilig, want Ik ben heilig. En als u Hem als Vader aanroept Die zonder aanzien des persoons naar ieders werk oordeelt, wandel dan in de vreze des Heeren, gedurende de tijd van uw vreemdelingschap, in de wetenschap dat u niet met vergankelijke dingen, zilver of goud, vrijgekocht bent van uw zinloze levenswandel, die u door de vaderen overgeleverd is, maar met het kostbaar bloed van Christus, als van een smetteloos en onbevlekt Lam.” 

1 Petrus 1:15-19

Het eerste verbond van de Heere God met de kinderen van Israël, nadat Hij hen het volk uit Egypte had weggeleid, was het een verbond van Genezing. De Heere zei:

“Hij zei: Als u aandachtig luistert naar de stem van de HEERE, uw God, en doet wat juist is in Zijn ogen, als u Zijn geboden gehoorzaamt en al Zijn verordeningen in acht neemt, dan zal Ik geen enkele van de ziekten over u brengen die Ik over Egypte gebracht heb, want Ik ben de HEERE, uw Heelmeester.” 

Exodus 15:26

God is onze meest bekwame geneesheer. Onze Heere Jezus Christus ging rond in Galilea, en terwijl Hij Het Evangelie van het Koninkrijk preekte, genas Hij alle ziekten en alle kwalen van het volk. (Zie: Mattheüs 4:23-24)

“Jezus Christus is gisteren en heden Dezelfde en tot in eeuwigheid.”.  Hebreeën 13:8

De smarten van onze Heere Jezus Christus waren de te betalen prijs voor de genezing van onze lichamen, alsmede voor de verlossing van onze zielen: 

“…en door Zijn striemen is ons genezing geworden.”  Jesaja 53:5

In Mattheüs 8:17 lezen wij:

“[…] Hij heeft onze krankheden op Zich genomen, en onze ziekten gedragen.” 

(Zie ook 1 Petrus 2:24) Daardoor zien we dat de Goddelijke genezing van het lichaam in de verzoening begrepen is. Genezing is voor iedereen die gelooft. Jezus zei tegen de gelovigen:

“[…] op zieken zullen zij de handen leggen en zij zullen gezond worden.” Marcus 16:18

Jakobus verkondigde later in zijn brief gericht aan alle gemeenten:

“Is iemand onder u ziek? Laat hij dan de ouderlingen van de gemeente bij zich roepen en laten die voor hem bidden en hem met olie zalven in de Naam van de Heere. En het gelovige gebed zal de zieke behouden en de Heere zal hem weer oprichten. En als hij zonden gedaan heeft, zal hem dat vergeven worden. Belijd elkaar de overtredingen en bid voor elkaar, opdat u gezond wordt. Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand.” Jakobus 5:14-16

De doctrines en geloofsovertuigingen van de gemeente zijn onderbouwd door Gods Woord.

De gemeente is het lichaam van Christus en bestaat uit de geroepen door Het Evangelie van de Heer Jezus Christus, die door de gehoorzaamheid aan de waarheid aan het lichaam zijn toegevoegd.

“En Ik zeg u ook dat u Petrus bent, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten van de hel zullen haar niet overweldigen.”  Mattheüs 16:18

“En Hij heeft alle dingen aan Zijn voeten onderworpen en heeft Hem als hoofd over alle dingen gegeven aan de gemeente, die Zijn lichaam is en de vervulling van Hem Die alles in allen vervult.”  Efeze 1:22-23

“één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping;”  Efeze 4:4

“En Hij is het hoofd van het lichaam, namelijk van de gemeente, Hij, Die het begin is, de Eerstgeborene uit de doden, opdat Hij in allen de Eerste zou zijn.’’ Kolossenzen 1:18

Gods koninkrijk is het bestuur die God door Zijn geest in de gelovigen uitoefent.

“ […] het Koninkrijk van God is binnen in u.” Lukas 17:21

“Want het Koninkrijk van God bestaat niet uit eten en drinken, maar uit gerechtigheid en vrede en blijdschap in de Heilige Geest.’’

Romeinen 14:17

Bij de wereldwijde verschijning van Jezus Christus, afstammeling van David, en de vestiging van Jezus op de troon van Israël in het Millennium, zal de heerlijke manifestatie van het Koninkrijk van Jezus Christus gezien worden over de hele aarde. 

“Want de aarde zal vol worden met de kennis van de heerlijkheid van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt.” Habakuk 2:14

 

“en Hij Jezus Christus zal zenden, Die tevoren aan u verkondigd is. Hem moet de hemel ontvangen tot de tijden waarin alle dingen worden hersteld, waarover God gesproken heeft bij monde van al Zijn heilige profeten door de eeuwen heen.” 

Handelingen 3:20-21

Nieuwe hemelen en nieuwe aarde zijn de slotfase van Koninkrijk van God:

“Want zoals de nieuwe hemel en de nieuwe aarde die Ik ga maken, voor Mijn aangezicht zullen blijven staan, spreekt de HEERE, zo zullen ook uw nageslacht en uw naam blijven staan.”  Jesaja 66:22

 

“Maar wij verwachten, overeenkomstig Zijn belofte, nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waar gerechtigheid woont.” 2 Petrus 3:13

 

“En ik zag een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want de eerste hemel en de eerste aarde waren voorbijgegaan. En de zee was er niet meer.” Openbaring 21:1

De bediening is een roeping door de Heilige Geest, waarmee de dienaar door God is gemachtigd in de gemeente te dienen. Hij is toegerust met diverse bekwaamheden en gaven die tot de opbouw van het lichaam van Christus dienen.

“[11]En Hij heeft sommigen gegeven als apostelen, anderen als profeten, weer anderen als evangelisten en nog weer anderen als herders en leraars  [12] om de heiligen toe te rusten, tot het werk van dienstbetoon, tot opbouw van het lichaam van Christus,”  Efeze 4:11-12 

(Zie ook: Romeinen 11:7-8, 1 Korintiërs 12:5-11)

Ondanks dat de roeping tot bediening van Goddelijke oorsprong is, bevat het Woord van God heel veel onderwijzingen die gaan over de eisen waaraan een kandidaat voor de bediening moet voldoen. De ouderlingen van de gemeente moeten nauwkeurig de kandidaten beoordelen en vervolgens bepalen of zij geschikt zijn om aangenomen te worden. (Zie: 1 Timotheüs 3:10, 4:14, 5:17)

De opstanding kenmerkt de hoop van de christenen.

“Ik weet echter: mijn Verlosser leeft, en Hij zal ten laatste over het stof opstaan. En als zij na mijn huid dit doorknaagd hebben, zal ik uit mijn vlees God aanschouwen. Ik zelf zal Hem aanschouwen, en mijn ogen zullen Hem zien, niet een vreemde; mijn nieren bezwijken van verlangen in mijn binnenste.”  Job 19:25-27

“Ik echter zal in gerechtigheid Uw aangezicht aanschouwen; ik zal, wanneer ik ontwaak, verzadigd worden met Uw beeld.” Psalmen 17:15

 

“Jezus zei tegen haar: Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven,”  Johannes 11:25

 

“maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie,”  2 Timotheüs 1:10

De opstanding van Jezus: De opstanding van Jezus kenmerkt de hoop van de Christenen ook:

“daarom voorzag hij dit en zei hij over de opstanding van Christus dat Zijn ziel niet is verlaten in het graf en dat Zijn vlees geen ontbinding heeft gezien.” Handelingen 2:31 

(Zie ook: Handelingen 4:2, 1 korintiërs 15:1-20)

Opstanding van de rechtvaardigen: De opstanding van de rechtvaardigen is de belofte van God verkondigt en overgedragen door de aartsvaders, profeten, de Heere Jezus en de apostelen. Het is de voleinding van het Christelijke leven:

“En velen van hen die slapen in het stof van de aarde, zullen ontwaken, sommigen tot eeuwig leven, anderen tot smaad, tot eeuwig afgrijzen.’’ Daniël 12:2 

“Want omdat de dood er is door een mens, is ook de opstanding van de doden er door een Mens.’’ 1 Korintiërs 15:21

“ [5] Maar de overigen van de doden werden niet weer levend, totdat de duizend jaar tot een einde gekomen waren. Dit is de eerste opstanding. [6] Zalig en heilig is hij die deel heeft aan de eerste opstanding. Over hen heeft de tweede dood geen macht, maar zij zullen priesters van God en van Christus zijn, en zij zullen met Hem als koningen regeren, duizend jaar lang.” 

Openbaring 20:5-6

Opstanding van de onrechtvaardigen: God zal de onrechtvaardigen doen opstaan om veroordeeld te worden voor de witte troon:

“en wel omdat Hij een dag vastgesteld heeft, waarop Hij de wereld rechtvaardig zal oordelen door een Man Die Hij daartoe aangesteld heeft. Daarvan heeft Hij aan allen het bewijs geleverd door Hem uit de doden te doen opstaan.” Handelingen 17:31 

 

“Verwonder u daar niet over, want de tijd komt waarin allen die in de graven zijn, Zijn stem zullen horen, en zij zullen eruitgaan: zij die het goede gedaan hebben, tot de opstanding ten leven, maar zij die het kwade gedaan hebben, tot de opstanding ter verdoemenis.”  Johannes 5:28-29

 

“En ik zag een grote witte troon, en Hem Die daarop zat. Voor Zijn aangezicht vluchtten de aarde en de hemel weg, zodat er geen plaats meer voor hen te vinden was. En ik zag de doden, klein en groot, voor God staan. En de boeken werden geopend en nog een ander boek werd geopend, namelijk het boek des levens. En de doden werden geoordeeld overeenkomstig wat in de boeken geschreven stond, overeenkomstig hun werken. En de zee gaf de doden die in haar waren. Ook de dood en het rijk van de dood gaven de doden die in hen waren, en zij werden geoordeeld, ieder overeenkomstig zijn werken. En de dood en het rijk van de dood werden in de poel van vuur geworpen. Dit is de tweede dood. En als iemand niet bleek ingeschreven te zijn in het boek des levens, werd hij in de poel van vuur geworpen.” Openbaring 20:11-15

Het huwelijk is een heilige staat die sinds het begin door God is ingesteld en door ieder in ere gehouden moet worden. (Zie: Genesis 2:21-24, Mattheüs 19:1-5, Hebreeën 13:4).

De huwelijken moeten aangaande de wetten van het land erkend en vastgelegd worden. Het burgerlijk huwelijk dient vóór het kerkelijk huwelijk plaats te vinden. Ook indien zij gedoopt willen worden, moeten zij eerst aan de wettelijke eisen voldoen, dat wil zeggen dat zij eerst voor de wet moeten trouwen. Wij geloven dat het huwelijk een verbond is dat stand gehouden moet worden zolang de twee echtgenoten in leven zijn.

“Een vrouw is door de wet gebonden, zolang haar man leeft. Als haar man echter ontslapen is, is zij vrij om te trouwen met wie zij wil, maar alleen in de Heere.” 1 Korintiërs 7:39 

(Zie ook: Romeinen 7:1-3)

De voorganger (pastoor) zal geen lid van de gemeente met een ongelovige trouwen.

“Vorm geen ongelijk span met ongelovigen, want wat heeft gerechtigheid gemeenschappelijk met wetteloosheid, en welke gemeenschap is er tussen licht en duisternis?”

2 Korintiërs 6:14

De echtscheiding is alleen toepasbaar zoals die beschreven staat in het woord van God:

Maar Ik zeg u, dat zo wie zijn vrouw verlaat, anders dan om hoererij, en een andere trouwt, die doet overspel, en die de verlatene trouwt, doet ook overspel. 

Mattheüs 19:9

Het is de toorn van God tegen de zondige wereld. In deze tijd zal God terugkeren naar Israël om haar te herstellen.

“In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, hij die uw volksgenoten bijstaat. Het zal een benauwde tijd zijn, zoals er niet geweest is sinds er een volk is geweest tot op die tijd. In die  tijd zal uw volk ontkomen: ieder die gevonden wordt, opgeschreven in het boek.”  Daniël 12:1

“Want dan zal er een grote verdrukking zijn, zoals er niet geweest is vanaf het begin van de wereld, tot nu toe, en zoals er ook nooit meer zijn zal. En als die dagen niet ingekort werden, zou er geen vlees behouden worden; maar ter wille van de uitverkorenen zullen die dagen ingekort worden.” 

Mattheüs 24:21-22

“en aan u die verdrukt wordt, samen met ons verlichting te geven bij de openbaring van de Heere Jezus vanuit de hemel met de engelen van Zijn kracht, wanneer Hij met vlammend vuur wraak oefent over hen die God niet kennen, en over hen die het Evangelie van onze Heere Jezus Christus niet gehoorzaam zijn.” 

2 Thessalonicenzen 1:7-9

“Ook over hen heeft Henoch, de zevende vanaf Adam, geprofeteerd, toen hij zei: Zie, de Heere is gekomen met Zijn tienduizenden heiligen, om over allen het oordeel te vellen en alle goddelozen onder hen terecht te wijzen voor al hun goddeloze daden, die zij op goddeloze wijze bedreven hebben, en voor al de harde woorden die zij, goddeloze zondaars, tegen Hem gesproken hebben.”  Judas 1:14-15

We geloven dat de tijd van de verschijning van de Heer nabij is.

 

“Maar ik wil niet, broeders, dat u onwetend bent ten aanzien van hen die ontslapen zijn, opdat u niet bedroefd bent zoals ook de anderen, die geen hoop hebben. Want als wij geloven dat Jezus gestorven en opgestaan is, zal ook God op dezelfde wijze hen die in Jezus ontslapen zijn, terugbrengen met Hem. Want dit zeggen wij u met een woord van de Heere, dat wij die levend zullen overblijven tot de komst van de Heere, de ontslapenen beslist niet zullen voorgaan. Want de Heere Zelf zal met een geroep, met de stem van een aartsengel en met een bazuin van God neerdalen uit de hemel. En de doden die in Christus zijn, zullen eerst opstaan. Daarna zullen wij, de levenden die overgebleven zijn, samen met hen opgenomen worden in de wolken, naar een ontmoeting met de Heere in de lucht. En zo zullen wij altijd bij de Heere zijn.”  1 Thessalonicenzen 4:13-17

“Zie, ik vertel u een geheimenis: Wij zullen wel niet allen ontslapen, maar wij zullen allen veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, bij de laatste bazuin. Immers, de bazuin zal klinken en de doden zullen als onvergankelijke mensen opgewekt worden, en ook wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet zich met onvergankelijkheid bekleden en dit sterfelijke moet zich met onsterfelijkheid bekleden. En wanneer dit vergankelijke zich met onvergankelijkheid bekleed zal hebben, en dit sterfelijke zich met onsterfelijkheid bekleed zal hebben, dan zal het woord geschieden dat geschreven staat: De dood is verslonden tot overwinning.” 1 Korintiërs 15:51-54

“Ons burgerschap is echter in de hemelen, waaruit wij ook de Zaligmaker verwachten, namelijk de Heere Jezus Christus, Die ons vernederd lichaam veranderen zal, zodat het gelijkvormig wordt aan Zijn verheerlijkt lichaam, overeenkomstig de werking waardoor Hij ook alle dingen aan Zichzelf kan onderwerpen.” Filippenzen 3:20-21

Deze gebeurtenissen zullen voor de grote verdrukking plaatsvinden:

“Ga, Mijn volk, treed uw kamers binnen, sluit uw deuren achter u. Verberg u voor een klein ogenblik, totdat de gramschap over is. Want zie, de HEERE gaat uit Zijn plaats om de ongerechtigheid van de bewoners van de aarde aan hen te vergelden. De aarde zal het bloed dat erop vergoten is, aan het licht brengen. Zij zal haar gedoden niet langer bedekt houden.” Jesaja 26:20-21

“Veel meer dan zullen wij, nu wij gerechtvaardigd zijn door Zijn bloed, door Hem behouden worden van de toorn.” Romeinen 5:9

“en Zijn Zoon uit de hemelen te verwachten, Die Hij uit de doden heeft opgewekt, namelijk Jezus, Die ons verlost van de komende toorn.”  1 Thessalonicenzen 1:10

“Omdat u het woord van Mijn volharding hebt bewaard, zal Ik ook u bewaren voor het uur van de verzoeking, die over heel de wereld komen zal, om hen die op de aarde wonen te verzoeken.”.  Openbaring 3:10

Jezus komt voor de tweede keer, precies zoals Hij is heengegaan en zoals Hij zelf heeft aangekondigd. Dit werd ook gepredikt door de apostelen aan de eerste gemeente.

“En dan zal aan de hemel het teken van de Zoon des mensen verschijnen; en dan zullen al de stammen van de aarde rouw bedrijven en zij zullen de Zoon des mensen zien, als Hij op de wolken van de hemel komt met grote kracht en heerlijkheid.” Matheüs 24:30

“En toen zij, terwijl Hij van hen wegging, hun ogen naar de hemel gericht hielden, zie, twee mannen stonden bij hen in witte kleding, die ook zeiden: Galilese mannen, waarom staat u omhoog te kijken naar de hemel? Deze Jezus, Die van u opgenomen is naar de hemel, zal op dezelfde wijze terugkomen als u Hem naar de hemel hebt zien gaan.”  Handelingen 1:10-11

“En dan zal de wetteloze geopenbaard worden. De Heere zal hem verteren door de Geest van Zijn mond en hem tenietdoen door de verschijning bij Zijn komst;” 

2 Thessalonicenzen 2:8

 

“Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven. Ja, amen.” Openbaring 1:7

 

Het Millennium is de herstellingsperiode van alle dingen waar de profeten en apostelen over hebben gesproken.

“Het woord, dat Jesaja, de zoon van Amoz, gezien heeft over Juda en Jeruzalem. En het zal geschieden in het laatste der dagen, dat de  berg van het huis des HEEREN zal vastgesteld zijn op den top der bergen, en dat hij zal verheven worden boven de heuvelen, en tot denzelven zullen alle heidenen toevloeien. En vele volken zullen heengaan en zeggen: Komt, laat ons opgaan tot den berg des HEEREN, tot het huis van den God Jakobs, opdat Hij ons lere van Zijn wegen, en dat wij wandelen in Zijn paden; want uit Sion zal de wet uitgaan, en des HEEREN woord uit Jeruzalem. En Hij zal rechten onder de heidenen, en bestraffen vele volken; en zij zullen hun zwaarden slaan tot spaden, en hun spiesen tot sikkelen; het ene volk zal tegen het andere volk geen zwaard opheffen, en zij zullen geen oorlog meer leren”.  Jesaja 2:1-4 

(Zie ook: Jesaja 11:1-10, Handelingen 3:20-22, Romeinen 8:19-22)

De schriften verwijzen naar een tijd van herstel van alles. Nergens kan men echter vinden dat de duivel, zijn engelen en de zondaren deel zullen nemen aan deze periode:

“En de duivel, die hen misleidde, werd in de poel van vuur en zwavel geworpen, waar ook het beest en de valse profeet reeds zijn. En zij zullen dag en nacht gepijnigd worden in alle eeuwigheid.” Openbaring 20:10

Bij het laatste oordeel zullen de mensen veroordeeld worden die zonder Christus zijn gestorven en leefden tijdens de herstellingsperiode. Het oordeel zal aan het einde van het millennium plaatsvinden. De kerk zal niet worden veroordeeld, maar zij zal meedoen aan het oordeel dat God heeft voorbereid.

“Weet u niet dat de heiligen de wereld zullen oordelen? En als door u de wereld geoordeeld wordt, zou u dan ongeschikt zijn voor de meest onbeduidende rechtszaken? Weet u niet dat wij engelen zullen oordelen? Hoeveel te meer dan alledaagse dingen?” 1 Korintiërs 6:2-3

“Zo zal het gaan op de dag wanneer God de verborgen dingen van de mensen zal oordelen door Jezus Christus, overeenkomstig mijn Evangelie.” Romeinen 2:16

Wij zijn het eenstemmig met de scheiding van de staat en de kerk. Beiden horen zich niet te bemoeien met de zaken en/of ideologieën van de ander. Hier wordt een Bijbels begrip toegepast:

“Toen antwoordde Jezus hun: Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en aan God wat van God is. En zij verwonderden zich over Hem.’’

Marcus 12:17

De christenen kunnen deelnemen aan de burgerlijke/gemeentelijke activiteiten aangaande hem/haar eigen capaciteiten en politieke overtuigingen. Deze dienen te worden uitgevoerd vanuit de persoonlijke perspectieven en niet vanuit die van de kerk (of in de naam of als vertegenwoordiger van de kerk).

Wij geloven dat het volk van God, volgens de bijbel, niet mag betrokken zijn bij geheime diensten of geheime organisaties.

Het leiderschap aangesteld over de landelijke gemeenten beveelt de aangestelde voorgangers, leiders, predikanten, evangelisten, onderwijzers om zich te houden aan de geloofsartikelen van de Verenigde Pinkstergemeente van Europa. Indien men niet aan de geloofsartikelen houdt kan het leiderschap van de landelijke gemeenten genoodzaakt zijn uw dienstbetoon neer te leggen.